Het woonwerk (ontsnappen uit een platte wereld).

Wie ooit dacht dat de Cité Industrielle een studie was en is gebleven komt bedrogen uit.  Ook in onze tijd is het het meest dominante model voor stadsplanning is. In dit model komen de fictieve entiteit – het bedrijf tot samenwerking – en de impuls tot techniviseren samen.

In een denkbeeldig beweging is de  ‘Cite industrielle’ een horizontale zuiverende spreiding. De uitdijende ruimte – het bedrijf maakt grote stappen mogelijk – volgt een schema van incorperen en begrenzen, waarbij bestaande verbanden worden losgemaakt. Binnen dit systeem is de horizontale ordening leidend. Die ordening is technisch; verschillende industriele activiteiten; consument- en productie faciliteiten worden horizontaal met elkaar geïntergreerd in ruimten zonder weerstanden.

De technische orde creëert een omgeving waarin gewenst gedrag wordt gestimuleerd en ongewenst gedrag wordt onderdrukt. Er wordt aangedreven. Maatschappelijke reacties die suggereren dat we ons kunnen onttrekken aan deze technische orde zijn slechts afleidingen. De beloften van vooruitgang, de bevrijding van het individu, de groene leefomgeving zijn misleidend; zijn passen binnen het schema van incorperen en begrenzen.

In deze horizontale ruimte zien we de terugkeer van de nomadische mens, die zoekt naar het loshangende fruit en met de vrijblijvendheid te vertrekken zodra dit op is. Voor deze nomadische mens is er de strikte en systemische celwoning met voor ieder lid een eigen kamer.  Zij komen terug naar hun woonmachine om rust te vinden. Of het daar wordt gevonden is nog maar de vraag. Stedelijke verdichtingen in torens zijn stapels van horizontale lagen. In de atria worden deze zichtbaar als alsmaar herhalende verdiepingen. Deze nomadische mens kan zijn ruimte inrichten, maar niet langer naar eigen inzicht vormgeven. Zij wonen in huizen die zij zelf niet hebben gebouwd.

Met het wegsnijden van een actieve ruimte ontneemt men de mensfiguur een dimensie. Deze uit dit principe voortkomende denkbeelden verankeren een cultuur, maken een prevarente werkelijkheid, die onbewust de platte wereld voor ogen houdt – hij kan zich geen andere voorstelling meer maken. In deze ruimte staan menselijke, stichtende eigenschappen zoals verbeeldingskracht, creativiteit, ontplooiing, toe-eigening, eigenaarschap en samenwerking onder druk.

In een actieve ruimte opereert de mens vanuit gedrevenheid en convivialiteit. Het dagelijkse proces van het organiseren, onderhouden en genieten van een woonomgeving kan worden gezien als een doorlopende inspanning in het vormgeven aan de plek; een vergelijkbare inspanning die nodig is bij het oprichten van een bouwwerk – tot aan de verwerkelijking van het bouwwerk. Dit woonwerk omvat alle activiteiten die plek geven aan de behoeften die voortkomen uit eigen-inrichting en die uitgaan van positieve productie.

In tegenstelling tot de woonmachine, loopt het woonwerk via een gelaagde samenhang. Het meest consistente voorbeeld is de Machiya in Japan, waarbij de ontwikkeling mogelijk in verband staat met de ontdekking van de verdieping. In deze woningtypologie worden de relatie tussen mens, wonen, werken, natuur en gemeenschap opgespannen.

Woonrijp, een initiatief dat streeft naar nieuwe woonconcepten, probeert deze principes te vertalen naar een eigentijds kader. Hun project Machiya – uitgesproken als ‘Magia’ – grijpt terug naar het Japanse voorbeeld. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van een vaste, maar flexibele structuur die het ontstaan van actieve ruimte mogelijk maakt. Deze woningtypologie legt de nadruk op een organische samenhang tussen wonen, werken en buitenruimte, waarbij eigenaarschap en creativiteit weer een centrale rol krijgen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*